Loskomen in een communicatietraining


Spelend naar effectief communiceren

Een training waarin effectief communiceren centraal staat, waar je actieve deelneming wenst terwijl je tegelijk een veilige speelse sfeer neerzet zou je als volgt kunnen doen:

Introductie kader

Kort verhaaltje over wat communicatie is, de relatie tussen een doel en effectiviteit, en vier stappen van effectief communiceren. Flip-over voor het spieken met de vier regels.

Effectief communiceren, dus doelgericht communiceren, in vier stappen:

  • Bepaal je doel: wat wil je bereiken met je communicatie?
  • Ontwerp je boodschap.
  • Lever de boodschap congruent af.
  • Controleer je resultaat (en stuur bij richting doel indien nodig)

Doen!

Verzin situaties, gerelateerd aan de deelnemers, of gekke situaties, of aan standaard gesprekstechniek problemen als “Nee” zeggen of complimentjes geven. Vorm groepjes van twee of drie (bij drie kan eentje feedback geven en oefenen) en laat ze lekker aan de slag gaan. Een paar voorbeelden van casus vindt je hieronder.

  1. Een collega komt naast je bureau staan, en begint zomaar een praatje. Je hebt eigenlijk geen tijd, want je wilt op tijd thuis zijn, voor een leuk uitstapje.
  2. Een collega komt naast je bureau staan, en stort zijn hart uit. Je ziet dat deze collega het echt kwijt moet. Je hebt eigenlijk geen tijd, want je wilt op tijd thuis zijn, voor een leuk uitstapje. Deze is bedoeld om te laten zien dat wanneer het doel verandert, je communicatie verandert, als je effectief wilt zijn.
  3. A neemt iets wat A bij B ziet (haarkleur, bloes, t-shirt, een observatie), en geeft een complimentje. B ontvangt het complimentje.
  4. A zegt drie maal (congruent en gemeend) “Sorry” tegen B. Je kan een aanleiding toevoegen om het te vereenvoudigen, en zonder aanleiding kan bewustwording van non-verbaal en verbaal het doel zijn.
  5. B stelt telkens (vier keer) een willekeurige vraag aan A. A wijst af (“Nee zeggen”) om achtereenvolgens het volgende te bereiken (nadruk op het aspect van communicatie (Schults van Thun)):
    1. Behoudt van een goede relatie.
    2. Duidelijke inhoud.
    3. Flexibel, buiten de procedure die je normaal bent (op ongewone manier: schrijf het antwoord op A4, of ga op tafel of stoel staan voor je antwoord geeft of schreeuw (fluister) het antwoord)
    4. Een vrolijke emotie achterlatend bij de vraagsteller.
  6. B stelt willekeurige vragen aan A, met name “waarom“-vragen. A geeft wel een antwoord, maar niet op de vraag. Geef eventueel een extra tip mee: benoem gewoon iets wat je ziet. Bijvoorbeeld de vraag “Hoe ben je hier gekomen?” beantwoorden met “Achter jou staat een boom.”. Merk eens hoe automatisch het is om vragen te beantwoorden, met name waarom vragen. Als trainer/begeleider kan je extra lastige vragen maken door meta te gaan vragen: “Waarom geef je niet gewoon antwoord?”, “Waarom doe je zo?”. 

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *