Modaliteiten


Modaliteiten

De modaliteiten zijn ons zintuigensysteem: V, A, K, O/G. Ad is dit formeel niet, alhoewel de woordkeuze (inhoud) wel degelijk invloed heeft op de betekenis.

Submodaliteiten

De submodaliteiten zijn de kleinste bouwstenen waaruit onze interne representaties (modaliteiten) zijn opgebouwd.

Zij geven vorm aan de modaliteit door, bijvoorbeeld:

  • de grootte
  • de vorm
  • de plaats
  • de kleur
  • de helderheid

Klik hier voor een meer complete lijst van submodaliteiten.

Bestuurder (driver)

De driver is die ene bouwsteen (submodaliteit) die, zodra deze verandert, de andere submodaliteiten mee laat veranderen.

 

De driver kan bijvoorbeeld één van deze zijn (meest voorkomende drivers):

  • Grootte
  • Vorm
  • Plaats
  • Kleur
  • Helderheid

Uitvragen op niveau van submodaliteiten doe je bij:

Intens contact maken, vanuit de herinnering, met het gevoel. Inzetten van ankers. Verandering van betekenis.

Universele ervaringen

Universele ervaringen zijn ervaringen die iedereen heeft. Deze kunnen o.a. handig zijn wanneer je een bepaald gedrag wilt uitvragen op submodaliteiten-niveau. Je kan dan een universele ervaring gebruiken.

Voorbeelden:

  • Stoplicht springt op rood – stoppen
  • Stoplicht springt op groen – starten
  • Winkelen – kon niet weerstaan
  • Sinterklaas – ooit geloofd
  • Zon die opkomt – absoluut waar
  • Wanneer je naar een film kijkt – uitgesteld ongeloof

Deze universele ervaringen roepen een gemeenschappelijk ervaren staat op, en dat kan je gebruiken door er aan te refereren. Niet alleen woorden, ook voorwerpen kunnen iets gemeenschappelijks oproepen, door even de aandacht er op te vestigen. Wat ervaar jij bij het zien van een teddybeer? Bij het zien van een leeg, zonnig strand? Bij het zien van een (plaatje van een) pasgeboren baby? Bij het zien van slingers en ballonnen?
In drie stappen, de ander een goed gevoel geven:

  • Bepaal het gewenste goede gevoel
  • Kies of bedenk een (generieke) situatie/ervaring die dat gevoel bevat
  • Beschrijf de (generieke) situatie, en vraag om herkenning van het gevoel

Thresholds en modaliteiten

Submodaliteiten zijn variabelen met een bepaalde waarde. Het is handig om het verschil te herkennen tussen de mogelijke waarden, wanneer je submodaliteiten wilt veranderen.

Analoog of digitaal:

  • Digitaal (ja/nee, of stapjes van 1): kleur of zwart/wit, aantal beelden
  • Analoog (continue verdeling): afstand, grootte

Beperkt, onbeperkt, oneindig:

  • Beperkt: er is een maximum waarde, en de waarden zijn lineair. Bijvoorbeeld: afstand, omdat je geen oneindig zicht hebt.
  • Onbeperkt: de waarde heeft geen maximum waarde, en de waarden zijn lineair. Bijvoorbeeld grootte.
  • Oneindig: de waarde heeft geen maximum waarde, en de waarden zijn niet lineair. Bijvoorbeeld vorm en lokatie.

Omgevingsfactoren en modaliteiten

Let eens op de (sub)modaliteiten waarmee jij je leven inricht. Welke muziek luister jij wanneer, en wat voor stemming geeft je dat? Welke boeken lees je, welke films kijk je, welke sites bekijk je? Welke modaliteiten laat je toe? En is dat een bewuste keuze? Geeft dat wat je wilt?

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *