De NLP interventie


Een interventie met NLP (als methode), op persoonlijk of professioneel vlak, kent in grote lijn 4 stappen:

  1. Probleemstelling
  2. Doelstelling
  3. Interventie
  4. Generalisatie

 

Het NLP coachmodel kan een goede leidraad zijn om deze methodische aanpak te implementeren en te (laten) beleven.

NLP interventieproces

NLP interventieproces

 

1) Probleemstelling

  1. Ruime aandacht is nodig voor een goede specificatie van de probleemstelling. Het Metamodel helpt om de probleemstelling steeds specifieker te maken, totdat je werkelijk kan aanwijzen wat het is dat het probleem is (maak de probleemstelling objectief waarneembaar). Maak er een concreet gedrag in een concrete situatie van.
  2. Tijdens de specificatie van de probleemstelling wil je er voor zorg dragen dat het probleem niet overweldigend groot is, en tegelijkertijd wel voldoende groot om als probleem ervaren te worden. Chunking down zorgt voor kleinere brokken, chunking up maakt de brokken weer wat groter. Maak er hapklare brokken van (zorg voor goede scoping).

 

 

2) Doelstelling

  1. Een goede doelstelling is minimaal een oplossing voor het hele probleem uit de probleemstelling. Zorg voor alignment tussen doel en probleem.
  2. Een goede doelstelling voldoet aan de vormvoorwaarden van een goed doel, en is SMARTIE beschreven.
  3. Met behulp van het NLP Coachmodel kan je hier identificeren wat er tussen NU en de doelstelling staat, en ook welke hulpbronnen nu reeds aanwezig zijn.
  4. Vertaal de doelstelling naar werkelijke uitkomsten, resultaten (outcomes). Stel de uitkomst vragen (de outcome questions).

 

 

3) Interventie

Uit de vele technieken die NLP inmiddels bevat, kies die waarvan je het meeste resultaat verwacht, in het kader van het realiseren van de doelstelling. Na het uitvoeren van de techniek, TEST het resultaat.

 

Na elke verandering, check de ecologie, en pas eventueel probleemstelling en doelstelling aan.

 

 

 

4) Generalisatie

  1. Vanuit de concrete situatie waarop de interventie is geweest, met behulp van het Miltonmodel, de leertransfer op gang brengen naar vergelijkbare situaties, in het verleden, heden en de toekomst.
  2. Chunking up, de leertransfer naar het grote geheel, met Milton taalpatronen.
  3. Future pace: check het effect in een denkbeeldige toekomstige, vergelijkbare situatie.

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *