NLP strategie: beslissen


  1. Trigger
    1. Direct verbonden met de opdracht in hetzelfde representatiesysteem.
    2. Waarden (criteria) zijn aligned en ecologisch.
    3. Synestesias in de trigger zorgen voor extreem snelle beslissingen, soms tot ongewenste beslissingen, soms leidend tot spijt.
  2. Operate, creëer alternatieven.
    1. Vc maakt snelle toegang mogelijk, een plaatje heeft dezelfde waarde als duizend woorden. A is serieel, een nette dialoog. K is het langzaamste.
    2. Zorg voor drie of meer opties. Twee opties is geen keuze of beslissing, maar een dilemma.
    3. Gebruik de juiste waarden voor een exit. Conflicterende waarden kunnen er voor zorgen dat er steeds nieuwe opties blijven komen.
    4. Opties dienen in alle representatiesystemen aanwezig te zijn voor makkelijke evaluatie.
    5. Ga extern voor noodzakelijke informatie.
    6. Herzie opties en criteria gegeven de huidige omstandigheden.
  3. Test: evalueer de alternatieven (met de waarde in de trigger).
    1. Waarden zijn aligned.
    2. Waarden die gelijktijdig worden afgewogen, afwegen in Visueel. Sequentiele afweging levert een polariteitsrespons op (ja/nee/ja/nee; stoplicht effect).
  4. Exit
    1. Controleer overtuigingrepresentatie en demonstratiefilter.
    2. Veel belangrijke beslissingen worden gemaakt met onvoldoende informatie.

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *