PRISM: communicatie op zijn best


Ik kan me kostelijk vermaken over de discussies in de media over PRISM (het internetspionageschandaal), bekeken vanuit het oogpunt van effectieve communicatie.

Effectieve communicatie betekent dat je een doel voor ogen neemt, om vervolgens je boodschap daarop aan te passen. Het is een leuke oefening om niet zozeer naar de inhoudelijke boodschap te luisteren, als wel te puzzelen wat het beoogde, achterliggende doel is van de communicatie. Bovendien zijn de vragen die gesteld worden (en de vragen die NIET gesteld worden) een indicatie van vooronderstellingen (wat moet waar zijn?) die aanwezig zijn bij de vragensteller.

De Verenigde Staten begonnen met het bagitaliseren over welke informatie ze binnenkregen, en de communicatie ging alleen over de (meta-)data van grote telecombedrijven in de VS. De VS gaf antwoord in detail. Vervolgens kwamen er onthullingen waardoor bleek dat de initiële antwoorden niet juist en niet volledig waren. De initiële damage control werkte averechts. Nieuwe tactiek: maak de klokkeluider zwart, en geef enkel globaal antwoorden als: iedereen doet het. Zodat toekomstige onthullingen in elk geval niet in tegenspraak zijn met de antwoorden, en de focus verschuift naar de discussie of Snowden goed of fout was. En als die discussie fel gevoerd wordt, sneeuwt de discussie “Willen wij dit?” onder. Dat die discussie wordt vermeden, wordt extra duidelijk door het statement dat antwoorden via de diplomatieke kanalen zullen lopen, en dus buiten zichtsveld van het lijdende voorwerp: wij.

Het EP, en de Europese leiders, reageren in den beginne erg lauw. Alle focus is gericht op de VS, geen woord van afkeuring richting Groot-Britannië, die eenzelfde programma hebben. Zoals in die reclame: “Foei…”. Pas als blijkt dat de politici zelf afgeluisterd worden zijn er in de media wat sterkere woorden. Let op: woorden in de media, geen daden. En alleen gericht op het afluisteren van politici en diplomaten. Wat betekent dit voor het achterliggende doel?

Frappant vind ik het bijvoorbeeld dat de verantwoordelijke minister alleen wordt bevraagd vanuit het oogpunt van intelligentieverzameling, en niet vanuit een eventueel falen van contra-intelligentieverzameling. Wat zijn de vooronderstellingen dat die vraag niet wordt gesteld?

Vermaak jezelf, en luister wat eens of je het achterliggende doel kan horen. En vraag jezelf eens af: “Wat moet waar zijn, om deze vraag te stellen?”. Een andere manier luisteren, een andere manier van informatie verzamelen 🙂

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *