NLP artikelen zoeken

Roald Dahl

Een goede manier om je te verdiepen in het schrijven van andere schrijvers is niet zo zeer precies het gedrag en de schrijfstijl analyseren, als wel je te verdiepen in de achtergrond van de betreffende schrijver, en dan vooral op de betekenis die deze achtergrond heeft gekregen voor de schrijver. Zijn echte gedachten, waarden en normen, overtuigingen, hoe hij zichzelf ziet, en zo voort. Biografieën die sappige verhalen vertellen zijn daarbij minder interessant als echte interviews, omdat de eerste vaak meer het overtuigingsfilter van de biograferende auteur weergeeft, terwijl de tweede zo dicht als mogelijk komt bij de wereldbeleving van de auteur.

In dit artikel, vindt je een aantal achtergronden, inzichten en gedachten die ik heb gevonden in de verschillende interviews die eenvoudig te vinden zijn op Youtube, voor Roald Dahl.

– “Zelden krijg je een goed idee. Een idee dat vervolgens de tijd mag krijgen om te groeien.”.
– “Het begint met een piepklein miniatuur zaadje van een idee; een microbe, een kiem. Schrijf het snel op omdat het anders, net als een droom, weer verdwijnt. En dan die kiem heel voorzichtig bekijken, laten ronddwalen, er aan snuffelen.”.
– Roald zat in zijn jeugd op een kostschool, waar hij veel inspiratie vandaan haalde voor Mathilda. Naast die school zat een snoepfabriek, die de kinderen van de school soms trakteerde om feedback te krijgen op nieuwe producten (inspiratie voor Sjakie en de chocoladefabriek). Zijn moeder vertelde hem Noorse mythen als bedverhalen waaruit hij karakterbeschrijvingen haalde.
– Roald vertelde bedverhalen aan zijn kinderen. “Als ze vragen om meer, dan heb je iets geraakt.”.
– Zijn meest genoemde belangrijke tip van een ander aan hem: “Voeg veel detail toe.”.
– Hij begon met korte verhalen, eerst autobiografisch en later fictie. Vervolgens ook kinderboeken.
– Gebruikt veel fantasie, met bedachte woorden. Creëert een intieme ‘wij’-sfeer met inside-jokes. Strijd tussen goed en kwaad, waarin kinderen voor zichzelf opkomen. Volwassenen zijn boeven. Veel snelle afwisseling, de ene pagina donker en zwaar, de volgende vol van (donkere) humor. “Wees grappig, grollig, scherts en gebruik kwinkslagen. Giechel.”.
– “Geniet en hou van de grappen die kinderen grappen.”.
– “Het moet opwindend zijn, snel, een goede plot, maar boven alles moet het grappig zijn.”.
– Hij werkte vierenhalf uur per dag. Dat deed hij in een afgeschermde ruimte, een kleine schuur in zijn tuin. Foto’s zijn te vinden op Google. “Volledig ondergedompeld in een fantasiewereld.”. In flow en intuïtief.
– “De karakters moeten interessant zijn. Ik maak ze interessant door karaktereigenschappen te overdrijven. Slecht is heel slecht, lelijk is superlelijk, aardig is superaardig. Geef de eigenschap een impact mee.”.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *