NLP artikelen zoeken

Schrijfoefening: Ontmoeting

Het is een mooie zomerdag. De zon schijnt warm op mijn armen, en terwijl ik de pedalen van mijn fiets met enige kracht beweeg voel ik hoe de snelheid mij met een warm briesje beloond. Het korte t-shirt bolt iets door de luchtstroom en verkort de toch al korte mouwen nog meer. Ik zie de overgang van mijn licht verkleurde huid naar het witte, te weinig zon krijgende deel van mijn bovenarm als ik even mijn blik afwend van de weg om iets meer aan te zetten. “Schone schijn.” glimlach ik, want ik zie in de verte de eerste wolken aankomen. Voordat ik vertrok vertelde Buienradar mij dat het over een half uur zal gaan regenen. Tijd zat, want over 20 minuten ben ik weer thuis, en ik geniet van de zon, de bries…

Ineens een druppel. Midden op mijn hoofd, zo voelen de haren die mijn hoofd bedekken mij. Niet een kleine druppel, maar zo een druppel zoals die tegenwoordig in de veel heftigere buien vergeleken met vroeger kan vallen. Voldoende groot om er aan te twijfelen of het wel een druppel is, zoekt deze zich na de landing op mijn kruin een weg naar mijn nek om daar te doen wat druppels doen: druppelen. Het kietelt een beetje, en met een lichte rilling geef ik de druppel de vrijheid om in mijn t-shirt opgenomen te worden. Dit is te vroeg, ik heb nog 18 minuten reken ik snel als ik heb gekeken op het hartslagklokje dat ik vorige week aan mijn stuur heb vastgemaakt. Pats, een druppel op mijn arm. Ik verbaas me over de kracht die de druppel toont door bij de landing uiteen te spatten in meerdere kleinere druppels, die allen zouden kunnen doorgaan voor regendruppels. De haartjes op mijn arm plakken in een cirkel met een doorsnee van ruim 5 centimeter vast aan mijn huid; mijn huid die op een prettige manier iets afkoelt, en eigenlijk op een comfortabele manier de druppel accepteert.

Dan gaat het los, zo maar, uit het niets. Een muur van water valt naar beneden. In een paar seconden stroomt het water door mijn haar, is mijn t-shirt tot op de draad nat, en zie ik hoe mijn broek glanst van het water, hoe het water een laagje vormt op mijn bovenbenen bij het ronddraaien van de pedalen, alsof de broek iets wordt uitgeknepen door mijn bovenbenen. Ik doorzie wat hier gaat gebeuren, ik ga helemaal wegspoelen. Ik voel nu al stroompjes water mijn schoenen inlopen.

Ik zie hoe een medefietspadgebruiker net naast het fietspad stopt om te schuilen onder een boom en ik glimlach over hoe onzinnig dat voor mij zou zijn. Ik zie hoe hij met wilde spoed probeert zichzelf te beschermen tegen het nat worden. Ik draai mijn hoofd af, om de regen op te vangen op mijn rug, en verbaas me over hoe veel water mijn broek al heeft opgenomen; ik zie hoe mooi zwart hij is geworden door het water, en wanneer mijn been omhoog wordt gerezen door het pedaal zie ik hoe er een spiegellaag ontstaat door het water dat uit de vezels wordt geknepen. Het is prachtig. Vanuit mijn ooghoek zie ik een obstakel op het fietspad; iemand die midden op de weg een poncho over zijn reeds natte kleren heen trekt. Licht wreed gelach ervaar ik van binnen over zijn gelag en probleemoplossend gedrag. Het heeft geen zin, het is goed zo. Hij kijkt even op, maar als een langskomende schaduw die geen gevaar voor hem of zijn fiets vormt keert hij weer naar binnen en strijdt verder. Mijn blik gaat weer naar beneden en ik zie hoe nieuwe riviertjes ontstaan op het fietspad. Het gaat echt hard. Mijn bril is nat, en de druppels zorgen er voor dat ik slecht zicht heb. Bijna euforisch stel ik vast dat ik geen vezel meer aan mijn lichaam heb die ik zou kunnen gebruiken om het overtollige water van de glazen af te nemen. Met mijn hoofd gebogen kijk ik dan maar over de rand van mijn bril in de verte om op de komende rotonde schaduwen te ontwaren die wellicht beter zijn om te ontwijken.

Een auto stopt en geeft voorrang. Iemand met een bril kijkt neutraal hoe ik voor haar langs ga, als ze even zicht heeft dank zij de ruitenwissers. Ik stel me voor hoe haar rechterbeen gestrekt op het rempedaal drukt, en vraag me af of ze me ook voorrang zou geven wanneer ze het niet had, hier, gewoon uit een soort compassie voor iemand die tot de naad nat is waar zij in de herrie van de voorraamblower in elk geval droog is. Misschien omdat ze genoeg tijd heeft, want wanneer zij straks door deze bui 5 meter vanuit haar auto naar een voordeur moet lopen… Ik zie de onzinnigheid van al dan niet voorrang geven, nat ben ik al en even wachten zou alleen betekenen dat nieuw water het oude vervangt.

Ik ben benieuwd of mijn handremmen, met van die knijpblokjes wel goed werken in deze nattigheid. Ik probeer iets af te remmen, en op een rare manier ben ik opgelucht dat de fietsenmaker wat bredere blokjes heeft gemonteerd zodat ik net voor de rotonde waarschijnlijk op tijd had kunnen stoppen als ze me niet gezien had.

En toen, toen zag ik jou. Eerst in mijn ooghoek, een schaduw die bewoog in een kruisende beweging, van rechts, op ramkoers. Om je intenties te controleren en mijn respons voor te bereiden bewogen mijn ogen zich richtende naar jou. Ik zag je hond die losliep, als een keurig afgerichte hond, een meter links voor je, je zwarte laarzen, terwijl mijn ogen verder omhoog gingen, een strakke spijkerbroek, een haltertruitje en je blote armen, en een geweldige lach rond je lippen, midden tussen je verwaterde haren. Die lach maakte dat de tijd even stil stond. Wat een kracht, wat een zelfverzekerdheid, wat een vertrouwen, wat een geweldige uitstraling zag ik in jou. “Wat een KUTweer!” riep je met een lach, en je keek me recht aan, open en als twee bondgenoten in dezelfde situatie. Mijn grijns deed pijn in mijn mondhoeken als ik pijn zou kunnen voelen. Alles stond stil bij mij, mijn gedachten, mijn gevoelens, mijn waarneming, enkel jouw lach op jouw iets naar rechts hellende gezicht (voor de kijkers links). Ik weet niet of ik nog iets heb gezegd, of dat ik het heb gelaten bij het geven van ruimte aan mijn tanden van oor tot oor. Ik heb nog nooit zo iets moois gezien als jij, daar in de regen. Ik heb nog nooit een contact en verbondenheid gevoeld zoals daar.

Nu is het drie maanden verder. Ik koester jou en het moment dat daar was. En ik weet niet of jij hetzelfde had, of niet. Het maakt niet uit, want ik doe gewoon alsof het wel zo is. Wij samen, twee mensen in de regen, die genieten van de stompzinnigheid van de situatie. Een top-3 moment dat, zo hoop ik, altijd bij me zal blijven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *