Berichten zoeken

Vooronderstelling van Bestaan

Het aardige van zelfstandige naamwoorden is, dat zodra ze in taal aanwezig zijn, ze bestaan op een niveau waar ze dualiteit veroorzaken en ook het tegengestelde impliceren.

Bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden controleren het bestaan van wat deze woorden modificeren. Dat is erg handig wanneer je suggesties wilt overbrengen.

 

Dualiteit

Zelfstandige naamwoorden duiden op iets, waar wij vooronderstellen dat het ook werkelijk bestaat, misschien zelfs wel iets stoffelijks is. Bijvoorbeeld HUIS. een zelfstandig naamwoord, waarvan wij de betekenis kennen, en we kunnen zelfs aangeven wat een niet-HUIS is (alhoewel, nog best lastig om dat specifiek te doen).

 

Wat betekent het wanneer er gezegd wordt:

  • Dat is nodig vanwege de STAATSVEILIGHEID.
  • De POLITIEK is daarvoor verantwoordelijk.
  • Ik heb een geweldige RELATIE.
  • Ik heb bij haar de LIEFDE gevonden.
  • Dat hoort bij de taken van het BEHEER.
  • Om het PROJECT te laten slagen, is extra geld nodig.
  • Het GEMAK waarmee jij dat doet…

Gebruik: maak het waar

  • Alles dat volgt op een van de volgende woorden is voorondersteld waar. Je moet al het volgende voor waar accepteren om de zin te snappen.
  • Gebruik een van de voorbeeldwoorden als toevoeging bij een zelfstandig naamwoord of werkwoord, en de rest van de zin wordt als een vooronderstelling voor waar aangenomen.

 Voorbeeldwoorden

Makkelijk, makkelijke, natuurlijk, natuurlijke, ongelimiteerde, sommige, alle, vele, veel, beginnende, beginnende, startende, doorgaande, al, herhaalde, regelmatige, gewoonlijk, gewoonlijke, uiteindelijke, uiteindelijk, steeds, meest, meeste, ware, onmiddellijke, een aantal, een paar, gelukkig, vanzelfsprekend, noodzakelijkerwijs.

Wat moet waar zijn …?

  • “Heb jij je de laatste tijd afgevraagd hoe veel mogelijkheden jij zou kunnen hebben, maar nu niet hebt?”
  • “En, ik heb dat geschreven, vraag jij je nu af hoe veel meer je zou kunnen krijgen wanneer jij mij zou volgen?”
  • “Ben je nieuwsgierig naar wat er straks gaat gebeuren?”
  • “Heb je erg veel trek?”
  • “Hoe gemakkelijk kun jij je ontspannen?”
  • “Natuurlijk hoef ik niet in detail te weten wat je wilt om je te kunnen helpen.”
  • “Gelukkig hoef jij niet in detail te weten wat ik wil.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *